Maatschappelijke functie

DE MAATSCHAPPELIJKE FUNCTIE VAN HET DAGCENTRUM

Het dagcentrum ‘De Twijg’ wil beantwoorden aan een maatschappelijke functie binnen de bijzondere jeugdbijstand. Dit wil zeggen dat het dagcentrum zich inschakelt in opvoedingsondersteuning aan gezinnen, evenwel zonder de bescherming van de minderjarige binnen zijn gezinscontext uit het oog te verliezen.

Het dagcentrum kan evenwel niet losstaan van de regelgeving van de Vlaamse Gemeenschap betreffende de bijzondere jeugdbijstand en de integrale jeugdhulp.
De ingangspoort tot hulpverlening via een dagcentrumbegeleiding is dus steeds de minderjarige die in zijn opvoeding en ontwikkeling op tal van vlakken belemmerd of geschaad kan worden. Zulke leefsituatie van een minderjarige wordt VOS genoemd.

Ten aanzien van de brede maatschappij wil het dagcentrum een politiek van ‘voorkoming’ uitbouwen. De hulpverlening en opvoedingsondersteuning door het dagcentrum beoogt aan de maatschappij een positieve ‘return’ te geven: dat, in ruil voor de subsidiëring, de bestede inspanningen en financiële middelen enerzijds curatief en anderzijds preventief werken, ter voorkoming van schade aan de maatschappij op lange termijn.

Curatief (genezend, helend) wil het dagcentrum voor de doorverwezen minderjarigen een proces opzetten van zorg aan de ‘verloren kansen tot ontwikkeling’ van de minderjarige in zijn leefcontext (thuissituatie) om uiteindelijk een groei van de minderjarige uit te lokken. Deze curatieve zorg beperkt zich evenwel niet tot de opgenomen minderjarige, maar breidt zich uit (mits toestemming van de ouders) tot alle kinderen van het gezin. En eveneens ten aanzien van de ouders wordt in zekere mate en met respect zorg besteed aan het ‘destructieve recht’ (zie het onderdeel ‘contextueel hulpverlenen’) waarop zij zich – vaak onbewust – beroepen in hun omgaan met anderen, met de maatschappelijke normen en waarden en in het bijzonder met hun kinderen.

Preventief (ter voorkoming) wil het dagcentrum aan het gezin een begeleiding aanbieden waarbij de ouders (alsook de overige gezinsleden) in een eigen ritme kunnen groeien om meer ontwikkelingsstimulerend en maatschappelijk aanvaardbaar om te gaan met hun kind(eren), zodat deze gezinnen zelfstandig kunnen functioneren als zij voor nieuwe of analoge moeilijkheden binnen hun leefsituatie komen te staan.

In de mate dat het dagcentrum in concrete gezinnen kleine stappen tot een beter gezinsfunctioneren kan aanbieden, wordt aan de maatschappij en aan de Overheid haar identiteit en vooral haar relevantie aangetoond. In de mate dat het dagcentrum aan gezinnen in verontrustende leefsituaties gepaste en groeibevorderende hulpverlening aanbiedt, verantwoordt het dagcentrum tegelijkertijd haar maatschappelijke relevantie en de terechte besteding van financiële middelen door de overheid.

Belangrijk hierbij is het dat het dagcentrum De Twijg zich inschakelt in het bijzondere van de Bijzondere Jeugdzorg. Het dagcentrum is immers geen kinder- en jongerenwerking binnen de algemene jeugdzorg. De agogische hulpverlening van het dagcentrum De Twijg is daarom vaak ondersteuning in de pedagogische taak van de ouders en is desgevallend ook orthopedagogisch van aard. De conflicten binnen de gezinnen in hun opvoedingsonmacht, de conflicten binnen de groep opgevangen minderjarigen in het dagcentrum en het gedrag van de opgenomen minderjarigen binnen de brede maatschappelijke interacties vormen precies de uitdaging aan de begeleiders, waaraan zij een antwoord willen bieden.

Het dagcentrum ‘De Twijg’ herkent zich in de volgende omschrijving van het ‘bijzondere’ van de bijzondere jeugdzorg: als voorziening zorg te willen en kunnen besteden aan minderjarigen in een leefsituatie die zich kenmerkt in een drieledige ‘bezwaring’, waardoor de gezinnen van deze minderjarigen getypeerd worden als multi-problem-gezinnen:

  • De opvoedingsproblematiek is chronisch: geen eenmalige crisis, maar de problematiek sleept reeds langer aan en kan zelfs meerdere generaties overspannen;
  • De problematiek in de gezinnen is veelzijdig: naast de opvoedingsproblemen zijn er ook meerdere van de volgende problemen in het gezin vast te stellen: onmacht bij de ouders om maatschappelijke verantwoord het huishouden te leiden (structurering in tijd en ruimte), moeilijkheden in de woonsituatie, in het financiële huishouden, in tewerkstelling, in schoolsituaties van de kinderen, complexiteit in de gezinssamenstelling, persoonsgebonden problematieken bij de ouders of het kind (bv. psychiatrische ziektebeelden), mishandeling, middelenmisbruik, …
  • De opvoedingsproblematiek is acuut: het dagcentrum wordt door ouders zelf of via een CPA aangesproken om hulpverlenend te interveniëren in het functioneren van de leefcontext van de minderjarige. Deze CPA kan tewerkgesteld zijn in het brede netwerk rond het gezin (bv. huisarts), of hij/zij kan een professionele hulpverlener zijn tewerkgesteld in andere jeugdhulporganisaties (bv. CLB, CGG, VK, …) of een consulent zijn van het OCJ of de SDJ, die het dagcentrum kunnen ingeschakelen op het moment dat het gezin manifest in onmacht zit om opvoedkundig zelfstandig te functioneren.

De moeilijkheden in het gezin zijn dan echt problematisch, d.w.z. gezinsleden worden in hun ontwikkeling, in hun welbevinden, in hun relaties, in hun integriteit echt geschaad. Ten aanzien van deze meervoudige problematiek wil het dagcentrum ‘De Twijg’ met de gezinnen op zoek gaan naar een antwoord, op maat van elk gezin en in de mate van het mogelijke vanuit de hulpvraag van elk gezin.

Het dagcentrum ‘De Twijg’ heeft dus een bijzondere functie binnen de Vlaamse samenleving, samen met de vele andere voorzieningen binnen de bijzondere jeugdbijstand. Om hieraan kwalitatief tegemoet te komen is er gezonde ondernemingszin, deskundigheid, creativiteit en betrokkenheid nodig in de organisatie, hetgeen zich toont in de begeleidingskwaliteiten van de medewerkers van het dagcentrum.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *