Dagbegeleiding in groep: visie

We geven hier kort enkele elementen uit onze visie op groepsaanpak.

Voor de dagbegeleiding moet de minderjarige in de weekdagen dagelijks naar het dagcentrum komen. Dit gebeurt

  • tijdens de schooldagen na schooltijd tot 19 uur
  • tijdens de schoolvakantiedagen van 9 uur tot 17 uur.

Tijdens dit verblijf in het dagcentrum worden de minderjarigen onthaald in een positieve sfeer, waarbij ieder er mag zijn.

Zo worden een aantal doelstellingen gerealiseerd;

  • Lid worden van een groep, in respect rekening houden met anderen, na een opmerking je kunnen herpakken, rekening houden met groepsnormen en met de groepsroutine, gepast met een ‘neen’ en met een ‘ja’ kunnen omgaan, plezier beleven aan elkaar via spel en gezellig samen-zijn, …
  • Als individu werken aan jezelf, enerzijds in te groeien in de groepsregels en werkpunten, anderzijds door individuele werkpunten en trainingsopdrachten tot een goed einde te brengen …
  • Tafel-regels, studie-regels, activiteiten-regels, computerregels … aanvaarden, er willen en kunnen samen over onderhandelen en kunnen omgaan met variaties op die regels …
  • Individueel ingroeien in vormen van functioneren buiten het dagcentrum, vooral thuis en op school …
  • Je mag zijn wie je bent

    De minderjarigen die (bijzondere) jeugdhulp aangeboden krijgen worden in het dagcentrum De Twijg samengebracht, met als kernbegeleidingshouding de ‘positieve benadering’: Er zijn voor de minderjarige, elk apart, met een persoonsbevestigende ingesteldheid om een positieve reactie uit te lokken, elke dag opnieuw. De kernboodschap van dr. A. Terruwe is onze Bevestigingsleer - Dr. Anna Terruwegrondgedachte: ‘Jonge mens, je mag er zijn zoals je bent, met je fouten en gebreken, om te worden wie je in je kern wel bent, maar zoals je je nu nog niet kan tonen. Je mag het worden op jouw wijze en in jouw tijd.’ In het dagcentrum De Twijg voegen we daaraan toe: ‘Als jij wil, willen we jou daarbij helpen’. 

    Dit groeiperspectief is de basisvisie van onze hulpverlening in De Twijg.

    • Doe je je best … je bent welkom
    • Doe je iets fout … je bent welkom
    • Ben je iets vergeten … je bent welkom
    • Heb je een slechte dag … je bent welkom
    • Ben je te laat, of vermoeid, of kwaad, of verdrietig, of … je bent welkom

    Het dagcentrum wil in de leefgroep een ‘gewone’ huiselijke sfeer creëren. Maar bij het begin van de begeleiding moet elke minderjarige de manier van omgaan met elkaar leren kennen. De basishouding is ‘Je mag er zijn zoals je bent om iemand te worden’.Maar dat wil niet zeggen dat alles kan en mag. We streven ernaar om vanaf de eerste dag in het dagcentrum elke minderjarige te laten aanvoelen dat hij/zij welkom is. Hierbij wordt door de begeleiders de nadruk gelegd om het positieve dat de minderjarigen doen. Wat goed loopt, wordt beloond. Doorheen de eerste zes maanden van de begeleiding doorloopt elke minderjarige een ‘trappenplan’, waarbij bij elke hogere trede meer privilegies toegestaan worden.

    Als het moeilijk gaat – en ieder heeft wel eens een moeilijke dag – dan wordt de minderjarige tot ‘bezinning’ gebracht op de denkstoel… Zelden moet naar een verdere stap van afzondering uit de groep gegrepen worden.

  • De dagroutine

    Op schooldagen wordt na een vieruurtje een studiemoment voorzien. In een aparte ruimte, elk aan zijn eigen lessenaar, wordt onder begeleiding aandacht besteed aan het maken van het schoolwerk.
    Daarna volgt een ontspanningsmoment tot aan het avondeten. Een warme maaltijd wordt in groep voorzien.
    Soms moet een kleine klus gedaan worden (bv. tafel afruimen). Waarna weer ruimte is tot ontspannend samenzijn.

    Tijdens de schoolvakantiedagen wordt ’s middags een warme maaltijd gegeten. In de voormiddag is er vrije ontspanning mogelijk. De jongeren (vanaf 12 jaar) hebben daartoe een eigen jongerenruimte.
    In de namiddag wordt een geleide activiteit voorzien (speurtocht, fietstocht, groepsspel, stadsspel, vormingsactiviteit, tweedaagse, kamp, …).

    Belangrijk hierbij is dat de begeleiders een bijzonder oog hebben om de cohesie in de groep te stimuleren en te observeren. Hiertoe is een bijzondere opvoedkundige aanpak ontwikkeld.

  • Opvoedkundige aanpak

    De opvoedkundige aanpak heeft twee invalshoeken:

    • een beloningssysteem om positief gedrag en leermomenten in de groep te stimuleren
    • een bijsturingssysteem als het gedrag in de groep moeilijk loopt

    Het beloningssysteem heet bij ons het ‘faseplan’, voorgesteld als een trap. Elke minderjarige doorloopt gedurende de eerste zes maanden verschillende fasen waarbij – in het per fase omhoog gaan – meer privileges toegekend worden, bv. gebruik van de eigen GSM, computergebruik, inspraak in activiteitenplanning, …
    Telkens worden ook andere vaardigheden geoefend en werkpunten beklemtoond: sommige zijn groepswerkpunten, andere zijn individuele werkpunten. Onder andere aan de hand van de Axenroos van Cuvelier worden de onderlinge interacties benoemd en geoefend.
    Dagelijks, aan het einde van dag, is er een individueel moment tussen een begeleider en de minderjarige waarbij het gedrag van de voorbije uren kort besproken en geëvalueerd wordt. De verdiende punten die dan toegekend worden, kunnen later ingeruild worden voor kleine cadeautjes.

    Het bijsturingssysteem heet wij ons ‘de wandeling’. Elke minderjarige kiest een magneetsymbooltje en start elke dag in de ‘oase’. Als een minderjarige storend gedrag stelt dat onmiddellijk bijgestuurd moet worden (bv. onbeleefd reageren, iets vernielen, …) verlaat hij de ‘oase’ en wordt een symbooltje verschoven naar de ‘waarschuwing’, en bij herhaling naar de ‘denkstoel’ … Dit heeft een bijsturend effect waardoor een verdere stap naar de ‘rustruimte’ meestal niet moet genomen worden. De aanpak van de begeleiders is erop gericht dat de minderjarige telkens opnieuw kansen krijgt om zich te herpakken en terug te keren naar de groep, waardoor er weer kan overgegaan worden naar cohesiebevorderend gedrag.

  • Cohesie in de groep

    Met groepscohesie willen we de aantrekkelijkheid van de dagcentrumgroep benoemen. Deze aantrekkelijkheid bestaat hierin, dat de groep de minderjarigen iets te bieden heeft en dat de groep aan de behoeften van de individuele minderjarigen tegemoet komt. Een groep met een goede cohesie brengt sfeer en warmte, geeft het gevoel er te mogen zijn, geeft groeikansen omdat er veiligheid is – ook als het fout loopt. De minderjarigen vinden in zo’n groep: plezier, veiligheid, erkenning, waardering, status, zin tot prestatie, spanning.

    Onder groepscohesie verstaan we het hechtingsnetwerk tussen alle deelnemers van de dagcentrumgroep: ik kom omdat jij er ook bent – ik kom omdat je niet boos blijft op mij als ik fout doe – ik kom graag omdat ik in de groep iemand ben geworden omdat ik in mijn positieve kenmerken gezien word – ik kom omdat ik in deze groep niet uitgelachen wordt omwille van mijn thuis – … Deze vorm van ‘hechting’ vinden tussen groepsleden, tussen de begeleiders en de minderjarigen, … is het doen ontstaan van ‘voldoende fragmenten van gewoon leven’ die nodig zijn opdat minderjarigen zich kunnen lanceren naar de toekomst.


    Cohesie verwijst naar de bindkracht die binnen een groep leeft.

    Als een nieuwe minderjarige intreedt in de leefgroep van het dagcentrum merken we vaak dat hij of zij zich ‘gedekt’ opstelt, afwachtend is, niet echt deel wil uit maken van de groep. Ook al proberen de begeleiders vanuit een bevestigende houding verwelkomend te zijn, gedurende een zekere tijd is er een afstand, een nog niet willen of nog niet kunnen echt groepslid zijn … Er is dan geen groepsbinding geen cohesie.

    In Dagcentrum De Twijg willen we een zodanige groepsgeest ontwikkelen dat elke minderjarige na een zekere tijd een wij-gevoel krijgt. Het initiatief om dit te bereiken wordt door de groepsbegeleiders genomen vanaf de eerste dag dat een minderjarige in de groep komt door hun manier van communiceren en zichzelf present te stellen. Elke minderjarige heeft unieke eigenheden in de opbouw van (nieuwe) relaties, in gedrag, in karakter en temperament, … die deels componenten zijn waarom een dagbegeleiding aangevraagd werd. Binding maken van begeleiders naar de minderjarige en van de andere minderjarigen naar de nieuwe minderjarige (en omgekeerd) is in De Twijg belangrijk. Zo onderscheiden wij verschillende soorten cohesie.

    1. Aanvaardingscohesie is de mate waarin het individuele groepslid het gevoel heeft bij de groep te horen, zichzelf ziet als groepslid en zich loyaal opstelt aan de groep.
      • Lid worden van een (nieuwe) groep, zoals in ons dagcentrum, geeft het zelfvertrouwen vaak een deuk. Elke groep, ook ons dagcentrum, heeft specifieke regels (zoals bv. in het gebouw pantoffels dragen, de dagstructuur willen volgen). Als een (nieuw) groepslid deze regels aanvaardt en spontaan opvolgt geeft hij/zij daarmee aan bij de groep te horen en dit kan o.a. het zelfvertrouwen terugbrengen.
    2. Taakcohesie is de mate van aantrekkelijkheid van taak en doel van de groep voor het individu.
      • Hiermee bedoelen we niet zozeer de taken die de minderjarigen – elk op zijn beurt – krijgt bij de dagelijkse routine. Maar er worden samen knutselactiviteiten gedaan of bv. een groepstaak ter voorbereiding van het kamp, samens paren voor iets …
    3. Sociale cohesie is de mate van aantrekkelijkheid van de identiteit en typische uiterlijke kenmerken van de groep voor het individu.
      • Deze cohesie toont zich in de tevredenheid en de trots over behaalde resultaten en dat specifiek door bij déze groep te zijn. Het lijkt op de ‘wij tegenover zij’-cohesie in een jeugdbeweging of voetbalploeg.
    4. Interpersoonlijke cohesie is de mate waarin de groepsleden elkaar individueel mogen.
      • De onderling vriendschappelijke gevoelens ontstaan als het klikt tussen mensen. Deze cohesie is goed voor het vertrouwen in de groep en leidt tot solidariteit en trouw. Maar in ons dagcentrum trekken we hier wel grenzen: deze vriendschappelijkheid mag enkel een middel zijn en geen doel op zich.
    5. Verticale cohesie is de gemeenschappelijk ervaren hechting aan de groepsleiding.
      • Deze cohesie is belangrijk bij een beginnende aanwezigheid in de groep. de groepsleiding is dan de belangrijkste bron van veiligheid. Als de verticale cohesie goed geïnstalleerd is waardoor er wederzijdse positieve gevoelens zijn, leidt dit tot respect waardoor groepsspanningen en conflicten met de groepsleiding overstegen kunnen worden.
    6. Holdingscohesie wil zeggen veiligheid vanwege een beschermende omgeving, door een duidelijke interne structuur (bv. grenzen en regels).
      • Bij holding beleven de deelnemers de groep vaak als een kring.

    Uit deze visie mag blijken dat het dagcentrum De Twijg de groep als een belangrijk begeleidingsonderdeel ziet en meer is dan een plek waar minderjarigen samengebracht worden om individueel met hen te werken en om individuele werkpunten te oefenen. Dat laatste is ook belangrijk, maar de groep op zich heeft daar bovenop dus nog een bijkomende functie, die we uitdrukken met het woord cohesie.

    De term cohesie is een binnen een groep van toevallig samengebrachte minderjarigen hét alternatief voor de loyaliteit die binnen een gezin aanwezig is. De woorden van Ter Horst indachtig is de groep met bewuste aandacht voor cohesie die plek waar ‘het herstel van het gewone leven’ een aanzet krijgt. En dat hebben de minderjarigen in het dagcentrum wellicht nodig.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *